Verordening 305/2011/EC (CPR)

Opzet

Meer dan twintig jaar na de publicatie van de eerste bouwproductenrichtlijn (BPR) 89/106/EEG is op 4 april 2011 de nieuwe bouwproductenverorde­ning 305/20111 in het Publicatieblad van de Europese Unie (PB L 88/5) verschenen.

Net zoals de BPR heeft de nieuwe verordening als doel ondernemers te helpen om hun bouw­pro­duct(en) in alle EU-lidstaten op de markt te brengen. Met de nieuwe tekst wil de EU de betekenis van CE-markering verduidelijken, CE-markering toegankelijker maken en de geloofwaardigheid ervan verhogen.

De nieuwe regelgeving verschijnt in de vorm van een verordening. Een verordening wordt automatisch en volledig van toepassing in alle EU-lidstaten. In tegenstelling tot een richtlijn is een omzetting naar nationale wetgeving niet nodig. Zo worden verschillen in interpretaties en tenuitvoerlegging vermeden. De huidige situatie waarbij CE-marke­ring in een aantal landen niet verplicht is, zou dus weldra tot het verleden moeten behoren.

Op het gebied van terminologie verandert het een en ander. Zo heeft de nieuwe verordening het niet meer over de conformiteit van een bouwproductmaar over productkenmerken die bijdragen aan de fundamentele eisen voor de bouwwerken. De verkla­ring van overeenkomstigheid wordt vervangen door een prestatieverklaring. Op die manier wordt benadrukt dat de verordening voornamelijk gaat over het harmoniseren van de manier waarop de prestaties van een bouwproduct worden uitgedrukt. De verwijzing naar de relevante (essentiële) productkenmerken en het gebruik van trans­parante procedures, beide vastgelegd in geharmoniseerde technische specificaties (normen), moet de communicatie tussen de verschillende spelers (stakeholders) vereenvoudigen.

De nieuwe verordening voert het zogenoemde “van wieg tot graf”-principe in. Dit betekent dat een product niet alleen in de gebruiksfase maar tijdens de hele levensduur van een bouwwerk aan de fundamentele kenmerken ervan moet bijdragen. Bovendien wordt duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen als zevende fundamentele eis toegevoegd. In de huidige normen voor de wegenbouw zijn voornamelijk de fundamentele eisen mechanische weerstand en stabiliteit en veiligheid en toegankelijkheiduitgewerkt. In de toekomst zullen ongetwijfeld ook voor de andere fundamentele eisen productkenmerken en beproevingsmetho­den worden toegevoegd.

Enkele bijzonder aandachtspunten

Volgens de nieuwe verordening is een prestatie­verklaring (Declaration of Performance – DoP) verplicht wanneer voor het betrokken product een geharmoniseerde norm (hEN) bestaat of een Europese technische beoordeling (European Technical Assessment – ETA) is afgeleverd. In sommige gevallen (voornamelijk voor niet seriematig of op de bouwplaats vervaardigde producten) kan van deze regel worden afgeweken.

 

De prestatieverklaring moet worden opgesteld volgens een model dat bij de nieuwe verordening is gevoegd. Naast een reeks administratieve ge­gevens moet voor minstens één essentieel kenmerk dat relevant is voor het beoogde gebruik, een prestatie worden opgegeven. Bovendien moet deze verklaring de volledige lijst van de geharmoniseerde kenmerken bevatten, ook die waarvoor geen prestatie is bepaald. In dat geval moeten naast het betrokken kenmerk de letters NPD (No Performance Determined – geen prestatie bepaald) worden vermeld.

De verklaring mag in elektronische vorm ter beschikking worden gesteld, maar op verzoek moet ook een verklaring op papier worden geleverd.

 

De huidige alternatieve procedures (European Technical Approval – ETA op basis van een European Technical Approval Guideline – ETAG of op basis van een Common Understanding of Assessment Procedure – CUAP) verdwijnen. Als voor een bouwproduct geen geharmoniseerde norm bestaat of als de geharmoniseerde norm geen of geen geschikte beoordelingsmethode bevat, kan de fabrikant een Europese technische beoordeling (European Technical Assessment – ETA) aanvragen. Hoewel de Engelstalige afkorting verwarrend genoeg dezelfde is, is er toch een duidelijk inhoudelijk verschil met de vroegere European Technical Approval.

 

Een ETA steunt op een Europees beoordelings­document (European Assessment Document – EAD). Een EAD wordt opgesteld door een technische ­beoordelingsinstantie – TBI (Technical Assessment Body – TAB) en beschrijft de beoordelingsmethoden voor de essentiële productkenmerken.

 

De TBI’s vervangen de vroegere aangemelde instellingen (Notified bodies – NB of NoBo). Zij zorgen voortaan voor de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid (ter vervanging van de attestering van de overeenkomstigheid). Net zoals in de BPR moet soms een beroep op een dergelijke externe instelling worden gedaan. De mate waarin dit vereist is, wordt bepaald door de Europese Commissie en is onder meer afhankelijk van de bijdrage van het betrokken product aan de fundamentele kenmerken van het bouwwerk.

 

Voor producten met een prestatieverklaring is ook CE-markering verplicht. Met de aanbrenging van de CE-markering neemt de producent de verant­woordelijkheid dat het product de in de prestatie­verklaring vermelde prestaties levert en aan eventuele andere toepasselijke regelgeving voldoet.

 

Om de CE-markering toegankelijker te maken voor kleine bedrijven, voorziet de verordening in vereenvoudigde procedures. Onder bepaalde voorwaarden mogen de (soms dure) typeproeven of -berekeningen worden vervangen door zogenoemde geëigende technische documentatie (Specific Technical Documentation – STD). De alternatieve procedure ontslaat de producent echter niet van zijn eventuele verplichting om een beroep op een TBI te doen.

 

Sinds de twintigste dag na de publicatie (dus sinds 24 april 2011) wordt de verordening geleidelijk van kracht. Tot 1 juli 2013 geldt namelijk nog een aantal overgangsmaatregelen. Producten die tot die datum volgens de bepalingen van de BPR op de markt worden gebracht, worden geacht ook nadien nog aan de nieuwe verordeningte voldoen. Bestaande Europese technische goedkeuringsleidraden (ETAG) kunnen ook na de overgangsdatum als een Europees beoordelingsdocument (EAD) worden gebruikt en afgeleverde Europese technische goedkeuringen (ETA) blijven geldig tot hun vervaldatum. Vanaf 1 juli 2013 is de bouwproductenverordening volledig van toepassing.

Wat met de normalisatie?

De essentiële productkenmerken (die bijdragen aan de fundamentele kenmerken van bouw­werken) worden nog steeds vastgelegd in geharmoniseerde technische specificaties (normen).

 

De verordening zet de deur op een kier voor een directere participatie van (groeperingen van) ­spelers in het Europese normalisatieproces. De rol van de goed functionerende en evenwichtig samengestelde nationale normalisatiecommissies wordt daardoor mogelijk nog belangrijker. Voor plaatselijke spelers zijn deze nationale norma­lisatiecommissies wellicht de meest toegankelijke (en soms misschien wel de enige) manier om hun stem te laten horen.

 

De besteksbepalingen voor openbare aanbeste­dingen kunnen naar keuze verwijzen naar bestaande – en bij voorkeur Europese – technische specificaties, naar prestatie- en functionele eisen of naar een mengvorm. De Europese Commissie (Mededeling COM(2006)502 van 13 september 20062) beschouwt technologieonafhankelijke normen als een belangrijk middel om innovatie te stimuleren en openbare aanbestedingen toegankelijker te maken voor kmo's. Normen blijven dus nog wel even een belangrijke rol spelen bij openbare aanbestedingen.

Rol van het OCW

Als erkende sectorale operator voor de technische comités CEN/TC226 Weguitrusting, CEN/TC227 Wegenbouwmaterialen en CEN/TC396 Grondwerken(samen met het WTCB) is het OCW verant­woordelijk voor de normalisatiecommissies E226, E227 en E396. Die commissies treden op als Belgische stuurgroep voor de Europese (of internationale) technische comités waarvoor de sectorale operator erkend is. De leden worden op de hoogte gehouden van het verloop van de Europese (of internationale) werkzaamheden en kunnen op het gepaste tijdstip hun opmerkingen op de ontwerpdocumenten geven.

 

Belgische spelers in de wegenbouw kunnen met hun vragen over normalisatie en CE-markering steeds terecht bij ons normensteunpunt (nan.brrc.be). Het werkterrein van dit steunpunt strekt zich uit over alle vakgebieden in de wegenbouw waarop het OCW actief is.

  1. Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2011:088:0005:0043:FR:PDF).
  2. Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s COM(2006)502 van 13.09/2006 – Kennis in de praktijk brengen: een omvattende innovatiestrategie voor de EU.